Nooit geweten dat het smokkelen van contrabande tussen twee containerschepen gemeengoed is in de Rotterdamse haven? Nou, volgens spelbedenker Hans van Tol is dat aan de orde van de dag. Hij ontwierp Rotterdam aanvankelijk in opdracht, om de werking van onze grootste economische terminal bekend te maken bij middelbare scholieren.
Maar met een knipoogje naar de waarheid hier en daar, beviel het spel zo goed dat uitgever The Game Master besloot het uit te brengen. Allereerst: speel Rotterdam niet met de puntenlimiet van twaalf die het spelregelboekje voorschrijft. Dan is het spel voorbij voordat het op gang is gekomen. Met vijftien punten als doelstelling wordt Rotterdam een feestje.
Bij aanvang pakken spelers drie opdrachtkaarten met eindproducten. Voor twee flessen water krijg je drie punten bijvoorbeeld, en voor een T-shirt en een pot jam mag je zeven punten bijschrijven. Die eindproducten staan afgebeeld op kaartjes die klaarliggen bij diverse havenpoorten. Je mag ze pakken als je met een boot met de juiste grondstof bij die poort aankomt. Het Botlekgebied is de bestemming voor ruwe olie, fruit kun je enkel inleveren bij de Merwehaven.
In Rotterdam bewegen je schepen niet op een dobbelsteen, maar op kleuren. En die kleuren noemen de spelers zelf. Dus kan het maar zo dat een van de maximaal drie tegenspelers je de verkeerde koers laat varen. Precies daar eindigt het realistische karakter van het bordspel en begint het leuke. Met kanskaarten kun je schepen laten legen door een politiecontrole en kun je zomaar je eigen grondstof verwisselen met die van een tegenspeler. Omdat je ook nog je verkregen kaartjes met eindproducten met medespelers kan ruilen, biedt Rotterdam steevast een uurtje verrassing en toenemende spanning naar het einde toe.
Origineel in Dagblad van het Noorden op 13 februari 2009
Comments [2]