Vragen
Ik heb je nooit gevraagd. Was dat mijn zwakte?
- “Ik ben daar sowieso niet happig op. Vragen komt op mij over als aandringen.”
Eigenlijk wilde ik je zien…
- “Toch niet?”
Ja, om het nu te vragen.
- “Ik weet niet zo goed wat ik daar op moet zeggen.”
Geen wonder dat je het opvat als aandringen als je zelf niet weet wat je wil.
- “Ik weet heel goed wat ik wil, ik weet alleen niet of ik het met jou wil.”
…
Wanneer weet je het?
- “Dat weet ik niet.”
Wanneer kun je het weten?
- “Over twee weken?”
Dan vraag ik het je dan nog een keer.
- “Dat is je zwakte.”